Leuk geprobeerd maar schilderen is helemaal niks voor mij
Je herkent het vast wel: je hebt zin om te schilderen. Je koopt een doek of paneeltje, wat tubes olieverf en een paar penselen. Je hebt een onderwerp gevonden dat je inspireert en kunt niet wachten om te beginnen. Alles staat klaar, de tubes verf liggen open, het doek kijkt je verwachtingsvol aan.
En dan sla je dicht. Hoe begin ik eigenlijk? Hoe krijg ik die verf op het doek? Welk penseel gebruik je waarvoor? Doe ik het wel goed? Voorzichtig zet je wat penseelstreken, maar al snel bekruipt je het gevoel dat het nergens op lijkt. Gefrustreerd ruim je alles weer op en zet je de spullen achter in een kast.
"Leuk geprobeerd," denk je. "Schilderen is blijkbaar niets voor mij."
Zonde. Want meestal ontbreekt het niet aan talent, maar simpelweg aan de juiste begeleiding en kennis van de techniek. Iedere schilder, hoe ervaren ook, is ooit precies zo begonnen.
Waarom is The Art Academy opgericht?
De aanleiding voor het oprichten van The Art Academy was eigenlijk heel eenvoudig. Ik zag veel mensen die graag wilden leren schilderen, maar niet goed wisten waar ze moesten beginnen. Ze kochten een paar tubes verf, een doek en wat penselen, begonnen vol enthousiasme en liepen vervolgens vast. Niet omdat ze geen talent hadden, maar omdat ze de juiste begeleiding misten.
Dat vond ik zonde. Iedereen kan leren schilderen. Natuurlijk ontwikkelt de één zich sneller dan de ander, maar schilderen is geen mysterieuze gave die slechts voor een select groepje is weggelegd. Het is een vaardigheid die je kunt leren, stap voor stap.
Met The Art Academy wilde ik een plek creëren waar kwaliteit, persoonlijke aandacht en plezier in het schilderen samenkomen. Geen kunstacademie waar je wordt beoordeeld, geen competitie, maar een omgeving waarin je je op je eigen niveau kunt ontwikkelen. Van absolute beginner tot ervaren schilder.
Wat ik misschien nog wel het mooiste vind, is om te zien hoe cursisten groeien. Mensen die binnenkomen met de overtuiging dat ze niet kunnen schilderen en een paar maanden later trots hun eigen werk laten zien. Niet omdat ze ineens een andere persoon zijn geworden, maar omdat ze hebben geleerd anders te kijken, meer vertrouwen te krijgen en technieken onder de knie te krijgen.
The Art Academy gaat daarom over meer dan alleen schilderen. Het gaat over ontdekken, ontwikkelen, creativiteit en het plezier om iets met je eigen handen te maken. En na al die jaren blijft het bijzonder om daar iedere week getuige van te mogen zijn.
Waarin onderscheidt The Art Academy zich?
Er zijn veel aanbieders van schildercursussen. Dat is mooi, want hoe meer mensen kennismaken met schilderen, hoe beter. Toch horen wij regelmatig van cursisten dat onze aanpak anders is dan wat zij elders hebben ervaren.
The Art Academy heeft zich volledig gespecialiseerd in realistisch fijnschilderen. De nadruk ligt daarbij niet op het maken van "een leuk schilderijtje", maar op het leren beheersen van de techniek. Hoe bouw je een schilderij op? Hoe meng je kleuren? Hoe creëer je diepte, licht, schaduw en realistische details? Dat zijn vragen waar we iedere les mee bezig zijn.
Daarnaast werken we met doorlopende groepen van verschillende niveaus. Beginners, gevorderden, portretschilders en stillevenschilders werken naast elkaar. Dat zorgt voor een inspirerende omgeving waarin iedereen van elkaar leert. Een beginner ziet wat mogelijk is, terwijl gevorderden vaak nieuwe inzichten krijgen door vragen van beginners.
Ook vinden wij persoonlijke begeleiding belangrijk. Geen standaard lesprogramma waarbij iedereen hetzelfde schildert, maar individuele coaching afgestemd op het niveau en de ambities van de cursist. Iedereen werkt aan zijn eigen onderwerp en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo.
Wat cursisten bovendien waarderen, is de ontspannen sfeer. Er zijn geen examens, geen beoordelingen, geen diploma’s, certificaten of dat soort flauwe kul. En er is geen competitie. Fouten maken mag. Sterker nog: fouten maken hoort bij het leerproces. Juist daardoor ontstaat een omgeving waarin mensen durven te experimenteren en zichzelf kunnen ontwikkelen.
Ons doel is niet dat cursisten een schilderij afmaken. Ons doel is dat ze leren schilderen. Dat verschil lijkt klein, maar maakt in de praktijk een wereld van verschil.
Want een mooi schilderij kun je misschien één keer maken. Een goede techniek neem je de rest van je leven mee.
Waarom wekelijks schilderles zo goed werkt
Veel mensen denken dat je vooral vooruitgaat door af en toe een hele dag te schilderen. Toch zien wij dat cursisten die wekelijks les volgen vaak de grootste stappen maken.
Dat heeft alles te maken met regelmaat. Door iedere week een paar uur met schilderen bezig te zijn, blijven technieken beter hangen en bouw je stap voor stap ervaring op. Je hoeft niet elke les opnieuw op te starten of terug te halen wat je de vorige keer hebt geleerd. Je blijft in het ritme.
Maar er is nog iets. Wekelijks schilderles is niet alleen leerzaam, het is ook ontzettend gezellig. Je ontmoet mensen met dezelfde passie, wisselt ervaringen uit, kijkt naar elkaars werk en leert van elkaars aanpak. Vaak ontstaan er leuke gesprekken, wordt er veel gelachen en groeit er een fijne groepssfeer.
Bovendien geeft een vaste lesavond of lesmiddag structuur. Het is een moment in de week dat helemaal voor jezelf is. Even geen werk, geen huishoudelijke klusjes en geen verplichtingen. Alleen jij, je schildersezel en de rust om creatief bezig te zijn.
En misschien wel het mooiste: je ziet niet alleen je eigen ontwikkeling, maar ook die van je medecursisten. Samen beleef je de successen, de twijfels en de momenten waarop een schilderij ineens tot leven komt.
Schilderen leer je natuurlijk met een penseel. Maar de motivatie om door te gaan, vind je vaak ook in de groep om je heen.
Waarom wij geen dik handboek uitdelen
Soms vragen cursisten of er een uitgebreid handboek bestaat waarin alle technieken, tips en stappen precies zijn uitgeschreven. Het antwoord is: nee. En daar zit een gedachte achter.
Uit onderzoek blijkt namelijk dat je informatie veel beter onthoudt wanneer je zelf aantekeningen maakt. Op het moment dat je luistert, selecteert wat belangrijk is en dat in je eigen woorden opschrijft, ben je actief bezig met de lesstof. Je verwerkt de informatie direct, waardoor deze beter blijft hangen.
Een volledig uitgeschreven syllabus heeft vaak het tegenovergestelde effect. Je leest hem een keer door, legt hem weg en kijkt er vervolgens nauwelijks meer naar. Het voelt prettig om alles op papier te hebben, maar je leert er verrassend weinig van.
Daarom moedigen wij cursisten aan om tijdens de lessen een eigen schets- of notitieboekje bij te houden. Schrijf op welke kleurenmengingen goed werkten, welke tips je hebt gekregen of welke inzichten je tijdens het schilderen hebt opgedaan. Dat worden jouw persoonlijke schilderaantekeningen, afgestemd op jouw leerproces.
Na verloop van tijd ontstaat zo een waardevol naslagwerk vol ervaringen, ontdekkingen en oplossingen die je zelf hebt verzameld. En juist omdat je ze zelf hebt opgeschreven, zul je merken dat je ze veel beter onthoudt.
Kortom: niet alles krijgen aangereikt, is soms de beste manier om echt iets te leren.
Schilderen als een moment van rust
Een opmerking die we vaak van cursisten horen is: "Tijdens het schilderen ben ik helemaal zen." En dat is eigenlijk niet zo vreemd.
Zodra je achter de ezel staat, verschuift je aandacht vanzelf naar het hier en nu. Je bent bezig met kleuren mengen, vormen observeren, een penseelstreek zetten of een detail uitwerken. De drukte van de dag, afspraken, nieuwsberichten en to-do lijstjes verdwijnen even naar de achtergrond.
Veel cursisten ervaren de schilderles dan ook als een moment voor zichzelf. Een paar uur waarin niets hoeft en alles draait om kijken, creëren en genieten van het proces. Geen telefoon, geen haast, geen afleiding.
Juist omdat schilderen concentratie vraagt, ontstaat er vaak een gevoel van rust. Je hoofd krijgt minder ruimte om te piekeren en meer ruimte om te focussen op één ding tegelijk. Voor je het weet zijn er twee of drie uur voorbijgevlogen.
Het mooie is dat je daarvoor geen ervaren schilder hoeft te zijn. Die rust ontstaat niet door het perfecte resultaat, maar door het bezig zijn. Door even los te komen van de waan van de dag en jezelf toestemming te geven om volledig op te gaan in kleur, vorm en licht.
Misschien is dat wel een van de mooiste cadeaus van schilderen: niet alleen het schilderij dat je mee naar huis neemt, maar ook de rust die je onderweg hebt gevonden.
Goed gereedschap is het halve werk
Regelmatig krijgen we de vraag of je ook kunt schilderen met materialen van de Action of andere budgetwinkels. Natuurlijk kan dat. Maar de vraag is of je het jezelf daarmee makkelijker maakt.
Veel beginnende schilders denken dat het vooral om talent gaat. In werkelijkheid spelen goede materialen een veel grotere rol dan je misschien denkt. Olieverf van een gerenommeerd merk bevat meer en betere pigmenten, heeft een prettige verwerkbaarheid en levert mooiere, krachtigere kleuren op. Je merkt het verschil vaak al vanaf de eerste penseelstreek.
Hetzelfde geldt voor penselen, panelen en doeken. Goed materiaal werkt prettiger, gaat langer mee en zorgt ervoor dat je minder hoeft te vechten met je gereedschap. Dat maakt het schilderen niet alleen leuker, maar vaak ook succesvoller.
En duur? Dat valt meestal mee. Een tube kwaliteitsverf gaat verrassend lang mee. Veel van mijn eigen tubes gebruik ik al jaren. Goede materialen zijn daardoor vaak goedkoper dan steeds opnieuw goedkope verf kopen die niet prettig werkt of snel teleurstelt.
Zie het als koken. Met goede ingrediënten maak je het jezelf een stuk makkelijker. Dat betekent niet dat een duur penseel automatisch een mooi schilderij oplevert, maar het geeft je wel de beste uitgangspositie.
Mijn advies is daarom: koop liever een paar goede tubes verf dan een grote doos met matige kwaliteit. Je schilderplezier én je resultaten zullen je dankbaar zijn.
Vetrouw op het schilderproces
Veel cursisten willen het liefst meteen naar het eindresultaat. Begrijpelijk, want je hebt een beeld in je hoofd van hoe het schilderij moet worden. Maar schilderen met olieverf is geen sprint; het is een proces van geduld, kijken en stap voor stap opbouwen.
Bij elke les zet je weer een paar stappen vooruit. Je past technieken toe die je hebt geleerd, kijkt kritisch naar je werk en corrigeert waar nodig. Juist door steeds kleine verbeteringen aan te brengen, groeit een schilderij naar een overtuigend eindresultaat.
Focus niet op het voltooide schilderij, maar op de stap waar je op dat moment mee bezig bent. Kijk naar wat er al goed gaat en gun jezelf de tijd om te leren. Een mooi schilderij ontstaat zelden in één keer, maar is het resultaat van vele kleine keuzes, aanpassingen en verbeteringen.
Vertrouw op het proces. De mooiste schilderijen ontstaan vaak niet door haast, maar door geduld.
Waarom gemengde groepen zo belangrijk zijn
Leren schilderen doe je niet alleen met een penseel in je hand, maar ook door goed te kijken. Naarmate je meer technieken leert, ga je kunst met andere ogen bekijken. Veel cursisten vertellen ons dat een museumbezoek nooit meer hetzelfde is. Ineens zie je hoe oude meesters en hedendaagse kunstenaars kleuren hebben opgebouwd, licht hebben geschilderd of details hebben uitgewerkt.
Daarom werken wij bewust met gemengde groepen, waarin beginners en gevorderden, portretschilders en stillevenschilders samen les krijgen. Je leert namelijk niet alleen van de docent, maar ook van elkaar. Regelmatig nemen we tijdens de les de tijd om elkaars werk te bekijken. Hoe heeft iemand dat glas zo transparant gekregen? Hoe is die huidtoon opgebouwd? Welke kleuren zijn gebruikt?
Kijken naar het werk van anderen levert inspiratie, nieuwe inzichten en praktische oplossingen op. Het is een van de leukste én leerzaamste manieren om jezelf als schilder verder te ontwikkelen.
Help, ik heb een schilderdip
Je hebt een tijdje niet geschilderd, pakt je penselen weer op en ineens lijkt niets meer te lukken. Wat eerst vanzelf ging, voelt stroef. Je kijkt naar je werk en denkt: kan ik het eigenlijk nog wel? Kortom, je hebt een schilderdip!
Het goede nieuws: dit is volkomen normaal. Je bent je schildervaardigheid niet kwijt. Vaak leg je de lat simpelweg te hoog of verwacht je dat je direct weer op je oude niveau zit.
Hoe kom je uit zo'n dip? Begin klein. Kies een eenvoudig onderwerp en leg de focus niet op het eindresultaat, maar op het plezier van het schilderen. Pak een oud schilderij erbij en kijk eens hoe ver je eigenlijk al gekomen bent. Vaak ben je veel kritischer op jezelf dan nodig is.
Een andere tip: kom weer onder de mensen. Schilder samen met anderen, volg een les of bekijk het werk van medecursisten. Enthousiasme werkt aanstekelijk.
En misschien wel de belangrijkste tip: blijf schilderen. Wacht niet tot de inspiratie terugkomt, maar begin gewoon. Vaak verdwijnt een schilderdip niet door erover na te denken, maar door weer verf op je penseel te doen. Soms moet je schilderhand weer even op gang komen.
Wat ga ik nu weer schilderen!
Iedere schilder kent het gevoel. Je hebt net een werk afgerond en dan komt de vraag: wat ga ik nu weer schilderen? Het lijkt soms alsof anderen altijd de leukste onderwerpen bedenken, terwijl jij naar een leeg doek zit te staren.
Gelukkig hoef je inspiratie niet af te wachten. Vaak vind je die dichterbij dan je denkt.
Een paar tips:
- Kijk om je heen. Een oude theepot, een stapel boeken, een paar citroenen of je favoriete koffiekopje kunnen prachtige schilderonderwerpen zijn.
- Maak foto's. Tijdens een wandeling, vakantie of gewoon thuis. Leg beelden vast die je raken, ook al weet je nog niet waarom.
- Werk in series. Schilder niet één bloem, maar tien verschillende bloemen. Of maak meerdere schilderijen rond hetzelfde thema.
- Bezoek musea en galerieën. Niet om te kopiëren, maar om ideeën op te doen voor compositie, kleurgebruik of onderwerpen.
- Blader door oude foto's. Vaak zitten daar vergeten herinneringen tussen die vragen om geschilderd te worden.
- Daag jezelf uit. Schilder eens iets wat je normaal nooit zou kiezen. Juist buiten je comfortzone ontstaan vaak verrassende resultaten.
En onthoud: inspiratie komt zelden uit de lucht vallen. Vaak ontstaat die pas tijdens het schilderen zelf. Dus wacht niet op het perfecte idee. Kies een onderwerp dat je aanspreekt, zet de eerste penseelstreek en laat het schilderij je verder op weg helpen.
Een compliment, gewoon aannemen
Opvallend veel cursisten vinden het lastig om een compliment te ontvangen. Wanneer iemand zegt: "Wat mooi geschilderd!" volgt vaak direct een reactie als: "Ach, dat valt wel mee," of "Ja, maar kijk eens naar dat stukje daar..."
Jammer, want daarmee doe je jezelf tekort.
Schilderen is een vaardigheid die je ontwikkelt door te oefenen, fouten te maken, te leren en door te zetten. Als iemand een compliment geeft, ziet diegene iets wat goed gelukt is. Misschien een mooie kleur, een sterke compositie of een treffend detail. Waarom zou je dat wegwuiven?
Natuurlijk zie jij als schilder vooral wat er nog beter kan. Dat hoort bij het creatieve proces. Maar sta ook eens stil bij wat wél is gelukt. Gun jezelf het plezier van een compliment en zeg gewoon: "Dank je wel."
Want laten we eerlijk zijn: als je een medecursist een compliment geeft, wil je toch ook niet horen dat het nergens op slaat?
Een beetje trots zijn op wat je hebt gemaakt mag best. Niet omdat het perfect is, maar omdat jij het hebt geschilderd.
Leren kijken naar je eigen werk
Veel cursisten vragen mij regelmatig: "Wat vind je ervan?" of "Is het goed zo?" Mijn antwoord is bijna altijd hetzelfde: "Wat vind je er zelf van?"
Dat is niet omdat ik geen mening heb, maar omdat ik het belangrijk vind dat je leert kijken naar je eigen werk. Uiteindelijk ben jij degene die achter de ezel staat en beslissingen neemt. Hoe eerder je leert om zelf te beoordelen wat werkt en wat nog aandacht nodig heeft, hoe sneller je groeit als schilder.
Vaak weten cursisten zelf al heel goed waar ze tevreden over zijn en waar ze nog twijfels hebben. Door eerst hun eigen oordeel te laten geven, ontstaat er een veel interessanter gesprek. Niet over goed of fout, maar over keuzes, techniek, kleurgebruik en compositie.
Natuurlijk geef ik graag advies en suggesties. Soms zie ik dingen die een cursist zelf nog niet ziet. Maar mijn doel is niet om een rapportcijfer uit te delen. Ik wil cursisten leren vertrouwen op hun eigen waarneming en gevoel.
Want een goede schilder is niet iemand die voortdurend bevestiging zoekt bij anderen, maar iemand die leert kijken, analyseren en zelfstandig keuzes durft te maken. En dat begint vaak met een eenvoudige vraag: "Wat vind je er zelf van?"
Hoe mix ik de juiste kleur?
Een van de lastigste onderdelen van schilderen is het mengen van kleuren. Je kijkt naar een mooie groene appel, een huidtoon of een blauwe lucht en denkt: hoe krijg ik die kleur op mijn palet?
De eerste tip: probeer niet direct de perfecte kleur te mengen. Werk stap voor stap. Begin met een kleur die in de buurt komt en pas deze vervolgens aan.
Een paar handige richtlijnen:
- Gebruik zo weinig mogelijk kleuren. Hoe meer kleuren je door elkaar mengt, hoe groter de kans op een doffe, modderige kleur.
- Meng liever te weinig dan te veel. Je kunt altijd nog een beetje extra toevoegen.
- Maak kleuren niet meteen te donker. Een donkere kleur lichter maken is vaak lastiger dan andersom.
- Vergelijk voortdurend. Houd je gemengde kleur naast je voorbeeld en kijk of deze warmer, koeler, lichter of donkerder moet worden.
- Denk in kleurtemperatuur. Een rood kan warm (oranjeachtig) of koel (paarsachtig) zijn. Dat geldt ook voor blauw, geel en groen.
- Noteer succesvolle mengingen. Dat bespaart veel zoekwerk bij een volgend schilderij.
En misschien wel de belangrijkste tip: kleuren mengen leer je vooral door veel te doen. Zelfs ervaren schilders mengen regelmatig een kleur die niet helemaal klopt. Dat hoort erbij. Met elke menging train je je oog en wordt het steeds makkelijker om precies die kleur te vinden die je zoekt
Het ontdekken van je eigen handtekening
Veel beginnende schilders vragen zich af wanneer ze nu eindelijk hun eigen stijl zullen vinden. Mijn antwoord is altijd hetzelfde: ga er niet naar op zoek.
Je eigen handtekening ontstaat namelijk niet doordat je bewust een stijl probeert te bedenken. Die ontwikkelt zich vanzelf, terwijl je schildert. Door de onderwerpen die je kiest, de kleuren waar je naar grijpt, de manier waarop je penseelstreken zet en de details waar jij aandacht aan geeft.
In het begin is het heel normaal om te leren van andere kunstenaars. Je kijkt af, probeert technieken uit en laat je inspireren door schilders die je bewondert. Maar na verloop van tijd merk je dat je bepaalde keuzes steeds opnieuw maakt. Dat zijn vaak de eerste tekenen van je eigen artistieke handtekening.
Mijn advies? Schilder vooral wat je boeit. Experimenteer, maak fouten, probeer nieuwe technieken en wees niet bang om af te wijken van voorbeelden. Hoe meer je schildert, hoe meer jouw persoonlijkheid zichtbaar wordt op het doek.
Het mooie is dat anderen jouw handtekening vaak eerder herkennen dan jijzelf. Zij zien overeenkomsten tussen je werken die jou misschien nog niet eens opvallen.
Een eigen stijl is dus geen bestemming die je bereikt. Het is iets dat langzaam ontstaat terwijl je bezig bent met wat je het liefste doet: schilderen.
Van naschilderen naar zelf kijken
In het begin houden veel cursisten zich stevig vast aan voorbeeldmateriaal. Ze schilderen een bestaand schilderij na of werken vanaf een foto. En dat is helemaal prima. Het geeft houvast en helpt om technieken te leren zonder dat je meteen alles zelf hoeft uit te zoeken.
Maar na verloop van tijd komt er een moment waarop ik cursisten uitdaag om zelf een onderwerp te kiezen. Geen schilderij van iemand anders, geen kant-en-klare afbeelding, maar een echt object dat voor hen staat. Een oude kan, een glazen fles, een stuk fruit, een verzameling schelpen of misschien een bijzonder voorwerp met een persoonlijk verhaal.
Waarom? Omdat je dan echt leert kijken. Niet naar hoe iemand anders het heeft geschilderd, maar naar wat je zelf waarneemt. Je ontdekt hoe licht over een object valt, welke kleuren er werkelijk aanwezig zijn en welke keuzes jij als schilder wilt maken.
Dat is vaak spannend. Er is geen voorbeeld meer waar je op kunt terugvallen. Maar juist daar begint de echte ontwikkeling. Je wordt minder afhankelijk van wat anderen hebben gemaakt en leert vertrouwen op je eigen ogen en je eigen oordeel.
En misschien nog wel belangrijker: je werk krijgt meer persoonlijkheid. Het wordt niet langer een kopie van iets dat al bestaat, maar een schilderij waarin jouw keuzes, jouw waarneming en jouw handschrift zichtbaar worden.
Dat is het moment waarop veel cursisten ontdekken dat schilderen niet draait om zo goed mogelijk nadoen, maar om leren kijken en zelf creëren.
Waarom we beginnen met Liquin
In onze lessen werken beginners en licht gevorderde cursisten meestal met Liquin als schildermedium. Daar is een goede reden voor. Liquin maakt de verf iets soepeler, zorgt voor een vlotte penseelvoering en verkort de droogtijd aanzienlijk. Daardoor kunnen cursisten sneller verder werken aan hun schilderij en blijven de lessen praktisch en overzichtelijk.
Bovendien helpt Liquin om kennis te maken met de eigenschappen van olieverf zonder dat je meteen hoeft na te denken over allerlei technische aspecten van verschillende oliën en mediums.
Naarmate cursisten meer ervaring opdoen, stappen velen over op lijnzaadolie. Lijnzaadolie geeft de verf een prachtige diepte en glans en zorgt voor een meer traditionele manier van werken. De verf blijft langer open, waardoor kleuren subtieler in elkaar kunnen worden gemengd en overgangen zachter kunnen worden gemaakt.
Het werken met lijnzaadolie vraagt wel iets meer geduld. De droogtijd is langer en je moet beter leren omgaan met de hoeveelheid medium die je toevoegt. Maar voor veel gevorderde schilders is dat juist onderdeel van het plezier.
Welk medium je ook gebruikt, uiteindelijk gaat het erom dat het jouw manier van schilderen ondersteunt. Een medium is geen doel op zich, maar een hulpmiddel. De kunstenaar maakt het schilderij, niet het potje naast het palet.
Waarom signeren zoveel cursisten hun werk niet?
Opvallend genoeg signeren veel cursisten hun schilderijen niet. Wanneer ik ernaar vraag, krijg ik vaak reacties als: "Daar is het nog niet goed genoeg voor" of "Dat doe ik pas als ik echt kan schilderen."
Maar wanneer ben je dan goed genoeg?
Veel schilders lijken te denken dat alleen beroemde kunstenaars of professionele schilders hun werk mogen signeren. Alsof een handtekening een soort kwaliteitskeurmerk is dat je eerst moet verdienen. In werkelijkheid is een signatuur niets meer en niets minder dan zeggen: dit heb ik gemaakt.
Misschien speelt bescheidenheid een rol. Of onzekerheid. Want zodra je je naam onder een schilderij zet, neem je er ook eigenaarschap voor. Je laat zien: dit is mijn werk, met alle sterke punten én alle dingen die ik nog wil leren.
Juist daarom moedig ik cursisten aan om hun werk wél te signeren. Niet omdat het perfect is, maar omdat het van hen is. Een schilderij vertegenwoordigt uren van kijken, oefenen, twijfelen, verbeteren en doorzetten. Dat mag gezien worden.
Bovendien is het leuk om jaren later naar je oudere werk terug te kijken. Je ziet niet alleen hoe je schildertechniek zich heeft ontwikkeld, maar ook hoe jouw eigen handschrift als kunstenaar is gegroeid.
Dus mijn advies? Zet gewoon je naam op dat schilderij. Niet uit arrogantie, maar uit trots. Je hebt het immers zelf gemaakt.
Waarom het kiezen van een achtergrond kleur zo moeilijk is
Veel cursisten weten precies wat ze willen schilderen, maar lopen vast zodra de achtergrond aan bod komt. Welke kleur kies je? En waarom is die keuze vaak zo lastig?
Een achtergrond is veel meer dan de ruimte achter het onderwerp. De kleur bepaalt de sfeer van het schilderij en heeft grote invloed op hoe de andere kleuren worden ervaren. Een rode appel tegen een blauwe achtergrond oogt heel anders dan dezelfde appel tegen een warme okerkleur.
Daar komt bij dat kleuren elkaar voortdurend beïnvloeden. Een kleur die op het palet perfect lijkt, kan op het doek ineens te fel, te donker of juist te vlak overkomen. Daarom bestaat er zelden één juiste keuze.
Veel schilders zijn bang om een verkeerde beslissing te nemen. Toch gaat het meestal niet om goed of fout, maar om de vraag welke sfeer je wilt creëren en hoeveel aandacht het onderwerp moet krijgen.
In de praktijk blijkt dat eindeloos nadenken vaak minder oplevert dan gewoon een paar kleurproeven maken. Pas wanneer een kleur daadwerkelijk naast het onderwerp staat, zie je of het werkt.
Misschien is dat wel het geheim van een goede achtergrond: je bedenkt hem niet alleen met je hoofd, maar vooral met je ogen. En mocht de keuze toch niet bevallen? Verf is gelukkig geduldig. Een achtergrond kan altijd nog worden aangepast. Soms ontstaat juist daardoor het mooiste resultaat.